info@devlies-law.be
016/23.74.11

Onrechtmatige bedingen in B2B-relaties: zijn uw template-contracten reeds up-to-date?

Op 1 december 2020 trad de wet van 4 april 2019 houdende wijziging van het Wetboek van Economisch Recht met betrekking tot misbruiken van economische afhankelijkheid, onrechtmatige bedingen en oneerlijke marktpraktijken tussen ondernemingen (ook gekend als de ‘B2B-wet’) in werking.

Deze  B2B-wet heeft tot doel ondernemingen een betere bescherming te bieden in hun relaties met andere ondernemingen (B2B-relaties), door de contractsvrijheid in deze relaties te beperken.  Deze bescherming wordt geboden door de invoering van een verbod op (i) oneerlijke marktpraktijken in B2B-relaties, (ii) misbruik van economische afhankelijkheid en (iii) het gebruik van onrechtmatige bedingen in overeenkomsten.

Wat de onrechtmatige bedingen in een B2B-context betreft, krijgt de rechter een ruimere beoordelingsbevoegdheid inzake het onrechtmatige karakter van contractuele clausules opgenomen in B2B-overeenkomsten, waarbij hij desgevallend kan overgaan tot sanctionering.

De regels inzake de onrechtmatige bedingen opgenomen in contracten tussen ondernemingen zijn van toepassing op contracten gesloten, hernieuwd, verlengd of gewijzigd na 1 december 2020. Hierna wordt een bondig overzicht gegeven van de nieuwe regels m.b.t. onrechtmatige bedingen in B2B-relaties.

Toepassingsgebied

De nieuwe regels inzake onrechtmatige bedingen in B2B-overeenkomsten hebben een breed toepassingsgebied en zijn van toepassing op alle ondernemingen, ongeacht hun rechtsvorm en met uitzondering van financiële diensten en overheidsopdrachten of op de overeenkomsten die hieruit voortvloeien. De grootte van de onderneming is niet relevant (d.w.z. dat deze regels niet enkel gelden ten voordele van kmo’s).

Bovendien geldt de wet voor alle clausules: zowel de bepalingen in de algemene voorwaarden als de clausules die men eventueel heeft onderhandeld bij het sluiten of voortzetten van een overeenkomst. De positie waarin men zich bevindt (sterk of zwak) is onbelangrijk: het gaat om de beoordeling of de betrokken clausule al dan niet onrechtmatig is.

Hoe wordt het onrechtmatig karakter getoetst?

Essentieel in deze recente wetgeving is de transparantieverplichting. Bij het ondertekenen van een contract is het belangrijk om te weten waartoe men zich verbindt. De schriftelijke bedingen opgenomen in contracten tussen ondernemingen moeten derhalve duidelijk en begrijpelijk zijn.

De interpretatieregel houdt anderzijds in dat een overeenkomst onder meer kan worden geïnterpreteerd aan de hand van de marktpraktijken die er rechtstreeks verband mee houden. In geval van twijfel over de betekenis van een beding, geldt dat het beding zal worden geïnterpreteerd ten gunste van de persoon die het recht verkregen heeft.

Deze interpretatieregel is nauw verbonden met de transparantieregel aangezien ze ondernemingen een sanctie oplegt ingeval bedingen niet duidelijk en begrijpelijk zijn opgesteld.

De bescherming tegen onrechtmatige bedingen geldt voor alle clausules in een contract, met uitzondering van de clausules die betrekking hebben op het voorwerp van het contract zelf (zoals bijv. de overeengekomen prijs).

Wat zijn onrechtmatige en verboden bedingen?

Overeenkomsten die clausules bevatten die een duidelijk gebrek aan evenwicht tussen de rechten en plichten van de partijen veroorzaken, zijn onrechtmatig. De rechter zal bij het beoordelen van het onrechtmatig karakter van een beding rekening houden met verschillende elementen, zoals bijv. de omstandigheden van de sluiting van het contract of de vereiste van duidelijkheid of begrijpelijkheid van het beding.

Dit algemeen verbod wordt aangevuld met twee lijsten van onrechtmatige bedingen:

De zgn. “zwarte” lijst (4 bedingen): het gaat hierbij om bedingen die per definitie verboden zijn, nl. bedingen die ertoe strekken :
(i) te voorzien in een onherroepelijke verbintenis van de andere partij terwijl de uitvoering van de prestaties van de onderneming onderworpen is aan een voorwaarde waarvan de verwezenlijking uitsluitend afhankelijk is van haar wil;
(ii) de onderneming het eenzijdige recht te geven om een of ander beding van de overeenkomst te interpreteren;
(iii) in geval van betwisting, de andere partij te doen afzien van elk middel van verhaal tegen de onderneming;
(iv) op onweerlegbare wijze de kennisname of de aanvaarding van de andere partij vast te stellen met bedingen waarvan deze niet daadwerkelijk kennis heeft kunnen nemen vóór het sluiten van de overeenkomst.

De zgn. “grijze” lijst (8 bedingen): Het gaat hierbij om bedingen die vermoed worden onrechtmatig te zijn, behoudens bewijs van het tegendeel, nl. de bedingen die ertoe strekken:
(i) de onderneming het recht te verlenen om zonder geldige reden de prijs, de kenmerken of de voorwaarden van de overeenkomst eenzijdig te wijzigen;
(ii) een overeenkomst van bepaalde duur stilzwijgend te verlengen of te vernieuwen, zonder opgave van een redelijke opzegtermijn;
(iii) zonder tegenprestatie het economische risico op een partij leggen indien die normaliter op de andere onderneming of op een andere partij bij de overeenkomst rust;
(iv) op ongepaste wijze de wettelijke rechten van een partij uit te sluiten of te beperken in geval van volledige of gedeelde wanprestatie of gebrekkige uitvoering door de andere onderneming van een van haar contractuele verplichtingen;
(v) de partijen te verbinden zonder opgave van een redelijke opzegtermijn;
(vi) de onderneming te ontslaan van haar aansprakelijkheid voor haar opzet, haar zware fout of voor die van haar aangestelden of, behoudens overmacht, voor het niet-uitvoeren van de essentiële verbintenissen die het voorwerp van de overeenkomst uitmaken;
(vii) de bewijsmiddelen waarop de andere partij een beroep kan doen te beperken;
(viii) in geval van niet-uitvoering of vertraging in de uitvoering van de verbintenissen van de andere partij, schadevergoedingsbedragen vast te stellen die kennelijk niet evenredig zijn aan het nadeel dat door de onderneming kan worden geleden.

Partijen kunnen dus proberen aan te tonen dat een beding, gezien de omstandigheden en kenmerken van de overeenkomst geen kennelijk onevenwicht creëert tussen de rechten en plichten van de partijen. Ze kunnen dit doen op basis van precontractuele communicatie of door duiding te geven over de motieven in het beding of de overeenkomst zelf.

Wat zijn de sancties voor een onrechtmatig beding?

De sanctie voor de onrechtmatigheid van een beding is streng. Onrechtmatige bedingen zijn immers nietig. Partijen zullen geen rechten of plichten meer kunnen doen gelden op basis van dergelijk beding. Deze nietigheid tast in principe enkele het onrechtmatige beding zelf aan. Indien de overeenkomst zelf echter zonder de onrechtmatige bedingen kan blijven voortbestaan, blijft deze wel gelden.

Hoe kan uw onderneming zich aanpassen aan deze B2B-regel?

Het is ten sterkste aangeraden om de algemene voorwaarden en template contracten grondig te analyseren en in vraag te stellen.

Stelt u vast dat de overeenkomst een beding bevat dat valt onder de “zwarte” lijst, raden wij u aan dit beding te schrappen of op zijn minst aan te passen op zo’n manier dat het niet meer onder die desbetreffende lijst valt.

Indien u echter een beding van de “grijze” lijst vaststelt of een beding dat een kennelijk onevenwicht bevat in de rechten en plichten van partijen, kunt u best nagaan of u deze in de huidige vorm wenst te behouden. Indien u dergelijk beding wenst te behouden, zal u in het contract zelf (of minstens in de precontractuele communicatie) moeten aangeven waarom partijen deze regeling hebben opgenomen in het contract.

Uiteraard staat Devlies & Partners u graag bij met de analyse en redactie van uw B2B-contracten.